Dyslexie en familiair risico

Is er familiair risico?

Een derde van de kinderen die een ouder heeft met dyslexie, ontwikkelt zelf ook dyslexie. Deze uitkomsten komen naar voren in een recent Nederlands onderzoek naar kinderen met een familiair risico op dyslexie. Het gaat om een longitudinale studie die kinderen volgde vanaf babyleeftijd tot groep 5. Het onderzoek vergelijkt risicokinderen (kinderen met een ouder met dyslexie) die dyslexie ontwikkelen en risicokinderen die geen dyslexie ontwikkelen met een controlegroep. Uit deze 10-jarige studie blijkt dat van de risicokinderen ongeveer een derde dyslexie ontwikkelt. Risicokinderen die geen dyslexie ontwikkelen, lezen aanvankelijk behoorlijk zwak maar halen deze achterstand in woordlezen in. Waarom het ene risicokind wel dyslexie ontwikkelt en het andere risicokind niet, is niet helemaal duidelijk. Zo blijkt dat kinderen met dyslexie en kinderen zonder dyslexie niet verschillen in IQ en nauwelijks verschillen op het taalaanbod thuis. Wel komt naar voren dat dyslectische ouders van dyslectische kinderen slechter lezen dan de dyslectische ouders van niet dyslectische kinderen. De auteurs van het onderzoek denken dat de leesvaardigheid van de ouders gezien kan worden als een relevante indicator voor de genetische belasting van hun kinderen.
 
Uit Dutch children at family risk of dyslexia: Precursors, reading development, and parental effects. E. van Bergen, P.F. de Jong, A. Regtvoort, F. Oort, S. van Otterloo & A. van der Leij.

Dyslexiebureaus

Meer over dyslexie

Mogelijk gemaakt door

Lexima logo